Huidplooimeting

Huidplooien

Door de dikte van huidplooien te meten, bepaal je de hoeveelheid onderhuids vetweefsel. Hieruit kan vetvrije massa worden afgeleid. De huidplooimeting is een dubbel indirecte meetmethode.

Achtergrond

De huidplooimethode is gebaseerd op de veronderstellingen dat er een vaste verhouding is tussen subcutaan en intra-abdominaal vet en dat de hoeveelheid subcutaan vet op de meetpunten gelijk is aan het subcutane vet op andere plaatsen in het lichaam. Met behulp van de gemeten huidplooien kan een voorspelling worden gedaan over de totale lichaamsvetmassa. De binnen-beoordelaarsfout is 0,7-0,95 mm en de tussen beoordelaarsfout is 2 mm. Deze fout is groter bij hele dikke (>15 mm) en hele dunne (<5 mm) huidplooien. Het meten van vier huidplooien heeft de voorkeur, omdat de hoeveelheid onderhuids vet varieert per meetpunt, daardoor is de mogelijke fout groter bij een berekening van de vetmassa op basis van slechts een huidplooi.

 

Hoe wordt een meting uitgevoerd?

Het is bij het meten van huidplooien erg belangrijk dat dit gebeurt door een getraind persoon; dit draagt bij aan de nauwkeurigheid van de meting. Om een schatting te maken van het totale lichaamsvet worden meerdere huidplooien gemeten. De methode op basis van vier huidplooien wordt het meeste toegepast. De plek  van de huidplooien wordt weergegeven in de figuur, evenals de richting waarop de plooi moet worden vastgepakt.

  1. Biceps – de voorkant midden bovenarm
  2. Triceps – de achterkant midden bovenarm
  3. Subscapulaire plooi – onder het schouderblad
  4. Supra-iliacale plooi – vlak boven de bovenrand van het heupbeen

 

De metingen worden aan de rechterkant van het lichaam, in staande positie, uitgevoerd. Lokaliseer en markeer elk van de meetpunten. Til met duim en wijsvinger de plooi 1 cm boven het markeerpunt op. De huidplooimeter wordt loodrecht op de plooi gehouden ter hoogte van het markeerpunt. Elk punt moet driemaal worden gemeten. Het gemiddelde van de twee meest overeenkomende metingen wordt als resultaat van de meting gebruikt.

Er zijn verschillende tabellen beschikbaar om de uitslag van de meting van de huidplooien te vertalen naar de vetmassa. De tabel van Durnin en Womersley wordt het meest gebruikt. Deze en bevat gegevens voor personen vanaf 17 jaar.

 

Toepasbaarheid en ervaringen

De patiënt moet voor deze meting kunnen staan. Huidplooimetingen zijn gemakkelijk uitvoerbaar en slechts licht belastend. De metingen zijn minder betrouwbaar bij ouderen, vanwege de verminderde huidturgor en slappere spieren. Zodoende neemt de kans toe dat er ten onrechte spieren in de huidplooi worden meegenomen. Ook bij chronische spierziekten, dehydratie, oedeemvorming en obesitas geeft de huidplooimeting geen valide uitslag.

 

Auteurs

Dr. ir. Hinke Kruizenga, VUmc, dr. Nel Reijven, MUMC

 

De herkomst van dit stuk is van het Nederlands Tijdschrift voor Voeding en Diëtetiek.

 

Referenties:
  1. Gibson RS, Principles of Nutritional Assessment. 2nd edition, New York, Oxford University Press, 2005.
  2. Kruizenga HM, Wierdsma NJ. Zakboek Diëtetiek, 4e editie, Amsterdam, VU University Press 2015.